Duolingo is de populairste methode van de wereld om talen te leren. En het allerbeste: het is 100% gratis!

https://www.duolingo.com/Lavinae

Grammatica: De Engelse voorzetsels

Lavinae
  • 25
  • 25
  • 20
  • 13
  • 12
  • 12
  • 11
  • 11
  • 9
  • 8
  • 7
  • 7
  • 7
  • 3
  • 2

Voorzetsels zijn korte woorden die een relatie aangeven tussen verschillende woorden in de zin.

Dit kan een relatie zijn van:

  1. Plaats: Waar?
  2. Richting: Waarheen?
  3. Tijd: Wanneer?

Voorbeelden van voorzetsels:

  1. Waar? - The glass is on the table. (Het glas is op de tafel).
  2. Waarheen? – They cycled from Paris to Lyon. (Zij fietsten van Parijs naar Lyon).
  3. Wanneer? – School starts at 9 am. (School begint om 9 uur ‘s morgens).

Jammer genoeg zijn er geen vaste regels voor het gebruik van voorzetsels. Dit maakt het leren van voorzetsels een moeilijk onderdeel. Je kunt ze eigenlijk het beste leren met een voorbeeldzin.


Voorzetsels van plaats

Op het plaatje zie je een deel van de duolingo wereld. Over de plaatsen van de monumenten, Duo, de bergen, enzovoort, kun je iets zeggen. Bijvoorbeeld:

  • The notification sign lies in the river – Het notificatie teken ligt in de rivier.
  • The Eiffeltower is next to the river – De Eiffeltoren staat naast de rivier.
  • The Atomium is between the bench and the mountain – Het Atomium staat tussen het bankje en de berg (in).
  • Duo the owl is opposite the Atomium – Duo de uil staat tegenover het Antomium.
  • The Brandenburg Gate is at the foot of the mountain – De Brandenburger Tor staat aan de voet van de berg.
  • Duo the owl is on the top of the mountain – Duo de uil staat bovenop de berg.
  • The bench is in front of the Atomium – Het bankje staat voor het Atomium.
  • The mountain is behind the Atomium – De berg is achter het Atomium.
  • There is nobody on the grass – Er staat niemand op het gras.
  • Duo the owl is near the flying lingots – Duo de uil is dichtbij/vlakbij de vliegende lingots.
  • The lingots are flying above the mountain – De lingots vliegen boven de berg
  • The lanscape is below the sky – Het landschap ligt onder de lucht.

De belangrijkste voorzetsels van plaats zijn:


Voorzetsels van beweging

Hieronder vind je een verhaaltje waarin de dikgedrukte voorzetsels een richting of beweging aangeven. Deze worden na het verhaaltje uitgelegd.

An Everyday Story

Joan went from her home to school by bike. She cycled down the road and up the hill. She was late and took a short-cut. She went through the park, under the bridge and past the church. When she came out of the park she had to go across the street and over a second bridge. As she was cycling towards the school, she heard the school bell ring. She cycled round the school building, jumped off her bike, ran into the school as quickly as she could and fell onto her chair out of breath. And the day had nearly started!


Voorzetsels van tijd

Je hebt twee soorten voorzetsels voor het aangeven van een relatie in tijd. Je hebt de voorzetsels die een vastgesteld tijdstip aangeven (denk aan uren, dagen, maanden, jaren of delen ervan) en voorzetsels die een periode aangeven.


Op een vastgesteld tijdstip


Om te onthouden


Gedurende een periode


Oefeningen

Oefening 1 / Oefening 2 / Oefening 3 / Oefening 4 / Oefening 5

4 jaar gelden

4 opmerkingen