Duolingo is de populairste methode van de wereld om talen te leren. En het allerbeste: het is 100% gratis!

https://www.duolingo.com/Lavinae

Grammatica: Het Engelse werkwoord ‘to be’

Lavinae
  • 25
  • 25
  • 20
  • 13
  • 12
  • 12
  • 11
  • 11
  • 9
  • 8
  • 7
  • 7
  • 7
  • 3
  • 2

Het werkwoord ‘to be’, dat in het Nederlands ‘zijn’ betekent, houdt zich aan geen enkele regel voor het maken van een tegenwoordige tijd (t.t.), verleden tijd (v.t.) of voltooid deelwoord (volt. dw). Je onthoudt de verbuiging van dit werkwoord door het uit je hoofd te leren en/of door veel te oefenen.


1. Drie verschillende vormen van het werkwoord 'to be'/ 'zijn'

Dit zijn in ieder geval de verschillende vormen van ‘to be’/‘zijn’ in de tegenwoordige tijd, verleden tijd en het voltooid deelwoord:

Zoals je kunt zien heeft het werkwoord ‘to be’ als voltooid deelwoord het werkwoord ‘to have’ (hebben) ook nodig. Dus krijg je, bijvoorbeeld:

  • “Ik ben geweest – “I have been
  • “We zijn naar school geweest” – “We have been to school**”

2. ‘to be’ in de tegenwoordige tijd

In het Engels, heeft het werkwoord ‘to be’ in de tegenwoordige tijd een lange en een korte vorm, die meeverandert met de soort zin. Dit betekent dat ‘to be’ in de bevestigende, ontkennende en de vraagzin anders voorkomt. Zie hier:

Zoals je kunt zien wordt er in bevestigende zinnen een vorm van het werkwoord ‘to be’ aan het persoonlijk voornaamwoord vastgeplakt en wordt de eerste letter van de vorm van ‘to be’ vervangen door een apostrof: .

Bij ontkennende zinnen worden de vorm van ‘to be’ en ‘not’ aan elkaar vastgeplakt en wordt de ‘o’ van ‘not’ vervangen door een apostrof, . Dit is dan weer niet het geval met de Ik-vorm. Deze volgt de regel van de korte vorm bij bevestigende zinnen en ‘not’ wordt dan wel voluit geschreven.

In vraagzinnen worden in bevestigende vragen alleen de lange vormen gebruikt. In ontkennende vragen kunnen beide vormen.

In de verleden tijd kunnen deze korte vormen ook, maar dan alleen in ontkennende zinnen. Dus krijg je, bijvoorbeeld:

  • I was not – I wasn’t
  • Was I not? - Wasn’t I?

3. Gebruik van ‘to be’

Het werkwoord ‘to be’ kun je in meerdere functies in een zin tegenkomen:

  1. als zelfstandig werkwoord

    “I know this place. I have been here before.” (Ik ken deze plek. Ik ben hier al eens geweest.)

  2. als koppelwerkwoord in een naamwoordelijk gezegde

    “I am a student” (Ik ben een student)

  3. als hulpwerkwoord om aan te geven dat iets een tijdje voortduurt/voortduurde (de present continuous vorm)

    “I am reading a book.” (Ik ben een boek aan het lezen) “I was doing my homework.” (Ik was mijn huiswerk aan het maken)

  4. als hulpwerkwoord in de lijdende vorm (passive voice)

    “Leerdammer cheese is made in Leerdam.” (Leerdammerkaas wordt gemaakt in Leerdam.)

  5. om een afspraak, een bevel of instructie aan te geven. De vorm van ‘to be’ wordt dan gevolgd door het hele werkwoord.

    “I am to meet him at 5:15 at the station.” (Ik moet hem om 5:15 op het station treffen.)
    “By orders of the police, no one is to leave the crime scene.” (Op het bevel van de politie, mag niemand deze crime scene verlaten)
    “He is to stay here until we return.” (Hij moet hier blijven totdat we terugkeren).


Oefeningen

Oefening 1 / Oefening 2

4 jaar gelden

1 opmerking


https://www.duolingo.com/jannienadine

bedankt voor de informatie

5 maanden geleden