Duolingo is de populairste methode van de wereld om talen te leren. En het allerbeste: het is 100% gratis!

https://www.duolingo.com/Lavinae

Grammatica: Het Engelse werkwoord 'to do'

Lavinae
  • 25
  • 25
  • 20
  • 13
  • 12
  • 12
  • 11
  • 11
  • 9
  • 8
  • 7
  • 7
  • 7
  • 3
  • 2

Het werkwoord ‘to do’, dat ‘doen’ betekent in het Nederlands, is een onregelmatig werkwoord. Het houdt zich dus niet aan de regels.

  1. Het hele werkwoord (infinitief) = to do
  2. De verleden tijd = did
  3. Het voltooid deelwoord = done

Als we het werkwoord vervoegen (dus gaan kijken welke vorm er bij welke persoon hoort), dan zul je zien dat dit werkwoord de regels ook niet volgt:


1. ‘To do’ als een zelfstandig werkwoord

Als je kijkt naar het overzichtje hierboven: deze vervoeging krijg je als ‘to do’ zelf een betekenis heeft in de zin. In zulke zinnen kun je ‘to do’ vertalen met ‘doen’ en krijg je dus, bijvoorbeeld:

  1. You do – Jij doet
  2. We have done that – wij hebben dat gedaan

2. ‘To do’ als een hulpwerkwoord

Soms dan wordt ‘to do’ niet als een zelfstandig naamwoord gebruikt, maar geeft het betekenis mee aan de zin. Er zijn ook gevallen waarin ‘to do’ geen betekenis heeft, maar helpt de zin een bepaalde bedoeling te geven. Hier vind je een lijstje van de verschillende functies van ‘to do’ als een hulpwerkwoord:

  1. ‘to do’ als een hulpwerkwoord voor het maken van vragende zinnen

    Do you go out every Friday evening”? = “Ga jij elke vrijdagavond uit?”

  2. ‘to do’ als een hulpwerkwoord voor het maken van ontkennende zinnen

    “She does not have any brothers or sisters.” = “Zij heeft geen broers of zussen.”

  3. ‘to do’ als een hulpwerkwoord voor de gebiedende wijs

    Do not walk on the grass.” = “Loop niet op het gras.”

  4. ‘to do’ als een hulpwerkwoord om een eerder genoemd zelfstandig naamwoord te vervangen
  1. “You like to play the guitar, don’t you?” = “Jij speelt graag gitaar, nietwaar?”
    (Hier helpt ‘do’ het werkwoord ‘play’ te vervangen in een aangeplakte vraag).
  2. “She sings well.” “Yes, she does.” = “Zij zingt goed.” “Ja, dat doet ze inderdaad”.
    (Hier helpt ‘do’ het werkwoord ‘sing’ te vervangen in een korte zin waarin met iets ingestemd wordt).
  3. “You eat too much.” “No I don’t” = “Je eet te veel.” “Dat doe ik niet”.
    (Hier helpt ‘do’ het werkwoord ‘eat’ te vervangen in een korte zin waarin niet met iets ingestemd wordt).
  4. “He likes to play computer games and so do I.” = Hij speelt graag computerspellen en ik ook.”
    (Hier helpt ‘do’ het werkwoord ‘play’ te vervangen in korte toevoegingen).
  5. “Did you see him?” “No, I didn’t.” = “Heb je hem gezien?” “Nee, dat niet”.
    (Hier helpt ‘do’ het werkwoord ‘see’ te vervangen in korte antwoorden).
4 jaar gelden

0 opmerkingen