https://www.duolingo.com/profile/FerdinandBol

Duolingo Dutch Story 15: Vreemdeling

Overview

Elk antwoord staat verstopt onder de vraag, je hoeft het alleen met je muis cursor te selecteren. Je kan ook dit Google document gebruiken. Volgende week ben ik trouwens in Zweden, dus ik weet niet of ik dan een DDS kan posten.

Every answer is hidden under the question and you just have to them using your mouse cursor. You can also use this Google document. Next week I'm in Sweden by the way so I don't know if I can post a DDS then.


Vreemdeling

Verteller: Dennis stapt uit een videospelwinkel als hij hoort dat iemand hem roept.

Vreemdeling: Ah, hier ben je!

Verteller: Dennis kijkt naar de andere kant van de straat en ziet een man uit een rode auto …… . De man zwaait naar hem, maar Dennis kent hem niet.

Q1: Which word fits best?
A) lopen
B) stappen
C) gaan

Answer B

Verteller: Denkend dat de vreemdeling hem voor iemand anders aanziet, loopt Dennis door.

Q2: Wat wil de uitdrukking “hem voor iemand anders aanzien” zeggen in deze context?
A) Dat de vreemdeling denkt dat Dennis iemand anders is.
B) Dat de vreemdeling afstand van Dennis neemt.
C) Dat de vreemdeling een videospel voor Dennis aan het kopen is.

Answer A

Verteller: Maar de vreemdeling roept opnieuw en rent naar hem toe.

Verteller: Dennis rent weg van hem.

Dennis: Waarom is die man me aan het volgen?

Verteller: Een paar straten verder belt Dennis zijn moeder.

Moeder: Ik heb je al drie keer geprobeerd te bellen Dennis.

Dennis: Mama

Dennis: Ik ben echt bang!

Moeder: Waarom?

Moeder: Wat is er aan de hand?

Q3: Wat wil dat zeggen?
A) Heb je iets op je hand zitten?
B) Moet je naar de dokter?
C) Wat is er gebeurd?

Answer C

Dennis: Er was een man die naar me riep.

Dennis: En ik denk dat hij me …[Q4]…

Q4: Welk woord past het beste?
A) Volgd
B) Volgdt
C) Volgt

Answer C

Moeder: Hoezo? Waar ben je?

Dennis: Niet boos worden, maar … ik heb gespijbeld vanochtend.

Q5: Dennis …
A) … heeft les gegeven op school.
B) … is niet naar de les gegaan.
C) … was laat in de les.

Answer B

Dennis: Ik ging te voet naar de stad.

Moeder: Echt?

Dennis: Het spijt me!

Dennis: Ik had echt zin om een nieuw videospel te kopen.

Dennis: Ik was van plan om terug naar school te gaan nadat ik hem had gekocht, ik zweer het!

Q6: Zet de zin in de goede volgorde.
Moeder: zag/eruit?/die/hoe/man

Hoe zag die man eruit?

Dennis: Ik weet het niet. Hij was blond, lang en hij stapte uit een rode auto.

Dennis: Kun je me komen ophalen?

Q7: Dennis wil dat zijn moeder…
A) … naar de stad gaat om hem te straffen.
B) … het videospel voor hem op komt halen.
C) … naar de stad gaat om hem terug thuis te brengen.

Answer C

Moeder: Dennis, die man is …

Dennis: Ik ben echt zo bang!

Dennis: Ik zal nooit meer spijbelen

Q8: Zet de zin in de goede volgorde.
Dennis: nooit/spijbelen/meer/ik/zal

Ik zal nooit meer spijbelen.

Moeder: Ik ben blij om dat te horen.

Moeder: Maar als je mijn oproepen had opgenomen…

Moeder: … had je geweten dat die man die je aan het volgen was eigenlijk mijn collega, Ludovic, is.

Dennis: Hoezo dat?

Moeder: De school belde me vanochtend om te vertellen dat …

Q9: Wat is het einde van de zin?
A) … je er niet was.
B) … je in de klas zat.
C) … je je huiswerk niet gemaakt hebt.

Answer A

Moeder: Je praat al weken over dat videospelletje.

Moeder: Dus ik wist dat je er om ging.

Moeder: Ik kan het kantoor niet verlaten vanwege een reünie, dus Ludovic stelde voor om je te zoeken en terug naar school te brengen.

Moeder: Ik probeerde je te bellen om het je te laten weten.

Dennis: Aha…

Moeder: Ludovic is lang, blond en hij heeft een rode auto.

Dennis: Het spijt me mama…

Q10: Zet de zin in de goede volgorde.
Moeder: later/praten/we/er/over.

We praten er later over.

Dennis: Ik ben serieus!

Dennis: Ik zal nooit meer spijbelen!

Q11: Wat is er gebeurd?

A) Dennis en de collega van zijn moeder hebben samen een videospel gespeeld.
B) De moeder van Dennis dacht dat hij niet naar school was gegaan, maar ze had zich vergist.
C) Dennis was niet naar school gegaan en de collega van zijn moeder ging hem in de stad zoeken.

Answer C

Put the right words together by connecting the right numbers:

  1. hem
  2. huiswerk
  3. homework
  4. dus
  5. naar de stad
  6. so
  7. him
  8. kijkt
  9. looks
  10. to the city

1+7, 2+3, 4+6, 5+10, 8+9.


Bron

July 19, 2019

2 Comments


https://www.duolingo.com/profile/BrentNetel

This is actually useful, thank you for putting your time into this!

July 20, 2019

https://www.duolingo.com/profile/FerdinandBol

np :)

July 20, 2019
Learn Dutch in just 5 minutes a day. For free.