https://www.duolingo.com/Lavinae

Grammatica: De Engelse verleden tijd

  • 25
  • 25
  • 20
  • 13
  • 12
  • 12
  • 11
  • 11
  • 9
  • 8
  • 7
  • 7
  • 7
  • 3
  • 2

Inhoud:

  1. Past simple (verleden tijd, v.t.)
  2. Present perfect (voltooid tegenwoordige tijd, v.t.t.)
  3. De Simple past vs. Present perfect
  4. De ‘Past perfect’
  5. De ‘Past continuous’
  6. De Past continuous wordt zo gevormd

Het is voor ons soms lastig om het verschil tussen het gebruik van de Engelse verleden tijd (past simple) en de voltooid tegenwoordige tijd (present perfect) te zien. Dit komt omdat het verschil tussen deze tijden in het Engels groter is dan in het Nederlands. In het Engels worden sommige zinnen als in het verleden gezien, terwijl voor deze zinnen in het Nederlands de voltooide tijd nog gebruikt wordt.


1. Past simple (verleden tijd, v.t.)

Deze tijd wordt gebruikt wanneer iets in het verleden plaatsgevonden heeft en ook is afgerond. Het is echt over en voorbij. Normaal gesproken staat er in de zin een tijdsbepaling die de verleden tijd aangeeft, zoals bijvoorbeeld: last month; yesterday; a short while ago; in 2004. Voorbeelden van de past simple zijn:

  1. I bought a new bicycle yesterday.
  2. I ate fries last week.

De woorden ‘yesterday’ en ‘last week’ geven aan dat de gebeurtenis zich in het verleden afgespeeld heeft. Je moet hier dus een verleden tijd gebruiken. Dit is echter anders dan in het Nederlands. In het Nederlands zouden we zeggen: “Ik heb gisteren een fiets gekocht” en “Ik heb vorige week frietjes gegeten”. In het Nederlands gebruiken we dus voor deze zinnen de voltooide tegenwoordige tijd (v.t.t.).


2. Present Perfect (voltooid tegenwoordige tijd, v.t.t.)

Het Engelse present perfect wordt gebruikt wanneer:

  1. iemand ergens mee begonnen is in het verleden en als deze actie nog steeds aan de gang is.
  2. als het moment waarop iets gebeurd is niet belangrijk is, maar iemand iets gedaan heeft of er iets gebeurd is waarvan je de resultaten nog merkt (of de resultaten/consequenties nog gemerkt worden).
  3. er in de zin de woorden for (als je het over een tijdsperiode hebt) en since voorkomen.

Voorbeelden:

  • I have bought a new car = Ik heb een nieuwe auto gekocht

    Deze zin krijgt de voltooide tijd als iemand bijv. kan zien dat je er nu in rijdt; het is niet belangrijk om te weten of te vermelden wanneer de auto eigenlijk gekocht is.

  • I have lived here since 2004 = Ik woon hier sinds 2004

    Deze zin krijgt de voltooide tijd omdat je hier sinds 2004 woont en dat nog steeds doet. ‘Since’ geeft ook de voltooide tijd aan.


3. De Simple past vs. Present Perfect: Wat zeg je met de tijd die je gebruikt?

Kijk...en vergelijk!


  • I worked for them for six years = Ik heb zes jaar voor hen gewerkt.

    Dit betekent dat je nu dus niet meer voor dit bedrijf of deze werkgever werkt.

  • I have worked for them for six years = Ik heb zes jaar voor hen gewerkt.

    Dit betekent dat je nu nog steeds voor dit bedrijf of deze werkgever werkt.


  • William wrote ten essays = William heeft tien opstellen geschreven

    William schrijft nu niet meer.

  • William has written ten essays = William heeft tien opstellen geschreven

    William kan nog meer schrijven.


  • They saw camels in the desert = Zij hebben kamelen gezien in de woestijn

    Om de één of andere reden kunnen de kamelen niet meer gezien worden.

  • They have seen camels in the desert = Zij hebben kamelen gezien in de woestijn

    Het is nog steeds mogelijk om de kamelen te zien.


  • She lived there all her life = Zij heeft haar hele leven daar gewoond.

    Zij woont daar niet meer. Met de toevoeging ‘all her life’ kun je er eigenlijk vanuit gaan dat ze overleden is (aangezien ze er haar hele leven gewoond heeft)

  • She has lived there all her life = Zij heeft haar hele leven daar gewoond.

    En zij woont er nog steeds.


4. De ‘Past perfect’

Je gebruikt de past perfect wanneer je wilt vertellen over iets dat er in het verleden gebeurd is, vlak voor er iets anders gebeurde.

“When I arrived Duo the owl had just left.”
“Op het moment dat ik binnenkwam, was Duo de uil net vertrokken.”

De bovenstaande zin staat in de past perfect (voltooid verleden tijd, of v.v.t.). Het is de ‘verleden tijd versie’ van de voltooid tegenwoordige tijd, de v.t.t. of de present perfect.

Je maakt de past perfect met: had + voltooid deelwoord

Onthoud:

Voltooid deelwoorden van regelmatige werkwoorden zijn werkwoord + -ed Voltooid deelwoorden van onregelmatige werkwoorden, daarvan kun je hier bijvoorbeeld een lijst vinden.

Bevestigend

Duo the owl had just left = Duo de uil was net vertrokken.

Ontkennend

Duo the owl had not/hadn’t just left = Duo de uil was niet net vertrokken.

Vragend

Duo the Owl had not/hadn’t just left? = Was Duo de uil niet net vertrokken?


5. De ‘Past Continuous’

De Engelse ‘past continuous’ wordt gebruikt wanneer er iets in het verleden een tijdje voortduurt.

Er is een moord gepleegd en inspecteur Duo gaat op onderzoek uit. Hij gaat langs bij alle buurtbewoners en stelt ieder dezelfde vraag.

Duo:
"What were you doing yesterday afternoon between 3 and 4 pm?”
"Wat was jij gistermiddag aan het doen, tussen 3 en 4?"

A: “I was reading the newspaper” = Ik was de krant aan het lezen.

B: “I was playing guitar” = Ik was gitaar aan het spelen.

C: “I was having a bath”= Ik was een bad aan het nemen.

D: “I was doing the dishes” = Ik was de afwas aan het doen.

Omdat Duo dus vraagt wat deze mensen aan het doen waren, in het verleden, en voor een tijdje, wordt hier de past continuous gebruikt. Zoals je kunt zien komen er in de Nederlandse vetaling bij een continuous vaak de woorden ‘aan het’ voor: “Ik was de krant aan het lezen”.


6. De past continuous wordt zo gevormd

was/were + werkwoord + ing

Herinner je je de vervoeging van het werkwoord ‘zijn’ in de verleden tijd? Hier ter verfrissing:

  • I was = Ik ben
  • You were = Jij bent
  • He/She/It was = Hij/Zij/Het was
  • We were = Wij waren
  • You were = Jullie waren
  • They were = Zij waren

Bevestigend

  • I was reading the newspaper – Ik was de krant aan het lezen
  • We were having dinner at a restaurant – We waren aan het dineren in een restaurant

Ontkennend

  • I was not/wasn’t reading the newspaper – Ik was de krant niet aan het lezen
  • We were not/weren’t having dinner at a restaurant – We waren niet in een restaurant aan het dineren.

Vragend

  • Was I reading the newspaper? – Was ik de krant aan het lezen?
  • Weren’t we having dinner at a restaurant? – Waren we niet aan het dineren in een restaurant?

Oefeningen

Oefening 1 / Oefening 2 / Oefening 3


Terug naar overzicht!

4 jaar gelden

2 opmerkingen


https://www.duolingo.com/kool016

Hallo Lavinea, Bedankt voor de goede uitleg van de Engelse grammatica. De grammatica uitleg is een goede toevoeging voor de studie engels.

Ik heb echter 1 opmerking betreffende de Past perfect.

In hoofdstuk 4. DE PAST PEFECT staat bij: Vragend Duo the Owl had not/hadn’t just left? = Duo de uil as niet net vertrokken?

moet dit niet zijn: Vragend Had/hadn’t Duo the Owl just left? = Was Duo de uil (niet) net vertrokken?

groet, Kees Kool

4 jaar gelden

https://www.duolingo.com/Lavinae
Mod
  • 25
  • 25
  • 20
  • 13
  • 12
  • 12
  • 11
  • 11
  • 9
  • 8
  • 7
  • 7
  • 7
  • 3
  • 2

Nog bedankt, Kees! Ik heb 'm aangepast. :)

3 jaar gelden
Leer Engels in slechts 5 minuten per dag. Gratis.