https://www.duolingo.com/Lavinae

Grammatica: De Engelse toekomstige tijd

  • 25
  • 25
  • 20
  • 13
  • 12
  • 12
  • 11
  • 11
  • 9
  • 8
  • 7
  • 7
  • 7
  • 3
  • 2


Content:

  1. De ‘Future tense’ (toekomstige tijd)
  2. Iets van plan zijn of voorspellen: ‘going to’
  3. De ‘Future perfect’ (voltooid toekomstige tijd)
  4. Hoe maak je de future perfect?

1. De ‘Future tense’ (toekomstige tijd)

Als je iets wilt zeggen dat in de toekomst zeker gaat gebeuren, dan gebruik je daarvoor de future tense. In het Nederlands gebruik we vaak ‘zal’ of ‘zullen’. In het Engels wordt het hulpwerkwoord ‘will’ + het hele werkwoord gebruikt.

Bijvoorbeeld:

  1. I am cheating. I will lose. = Ik ben aan het valsspelen. Ik zal verliezen.
  2. The sun is shining. The snowman will melt. = De zon schijnt. De sneeuwpop zal smelten.

Dit zijn voorbeelden van hoe je de future tense tegen kunt komen in de zin:

Bevestigend

  • I will/I’ll / I shall
  • You will/ You’ll/ You shall
  • He will/He’ll/ He shall
  • She will/She’ll/ She shall
  • It will/It’ll/ It shall
  • We will/ We’ll/ We shall
  • You will/You’ll/ You shall
  • They will/ They’ll/They shall

Ontkennend

  • I will not/I won’t / I shall not/I shan’t
  • You will not/ You won’t/ You shall not/ You shan’t
  • He will not/He won’t/ He shall not/He shan’t
  • She will not/She won’t/ She shall not/ She shan’t
  • It will not/It won’t/ It shall not/ It shan’t
  • We will not/ We won’t/ We shall not/ We shan’t
  • You will not/You won’t/ You shall not/ You shan’t
  • They will not/ They won’t/They shall not/They shan’t

Vragend

  • Will I? Won’t I? Shall I? Shan’t I?
  • Will you? Won’t you? Shall you? Shan’t you?
  • Will he? Won’t he? Shall he? Shan’t he?
  • Will she? Won’t she? Shall she? Shan’t she?
  • Will it? Won’t it? Shall it? Shan’t it?
  • Will we? Won’t we? Shall we? Shan’t we?
  • Will you? Won’t you? Shall you? Shan’t you?
  • Will they? Won’t they? Shall they? Shan’t they?

Zoals je hierboven kunt zien, komen er bij de ‘ik’ (I) en ‘wij’ (we) persoon twee vormen voor: shall en will. Vroeger werd shall veel meer gebruikt dan nu. Eigenlijk wordt er in alledaagse gesprekken alleen will gebruikt.

In vraagzinnen komt shall echter nog wel voor….

  1. zoals bijvoorbeeld in een ‘aangeplakte vraag’ (‘question tag’) na ‘let’s’:

    Let’s go, shall we? = Zullen we gaan?

  2. zoals bij een voorstel

    Shall we take a taxi? = Zullen we een taxi nemen?

  3. zoals bij een vraag naar instructie (als je wilt weten wat je moet doen)

    Which one shall I wear? The red one or the green one? = Welke zal ik dragen? De rode of de groene?


2. Iets van plan zijn of voorspellen: ‘going to’

“Look at this weather! It’s going to rain.”
“Kijk eens naar het weer! Het gaat regenen.”

“I am going to go to bed early this evening.”
“Ik ga vanavond vroeg naar bed.”

Als je iets wilt voorspellen (“It’s going to rain”) of als je een plan hebt voor de toekomst (“I am going to go to bed early this evening), dan gebruik je going to.

In het Nederlands gebruiken wij vaak ga/gaat/gaan, en krijg je dus zinnen zoals:

  1. “Het gaat regenen. “
  2. “Hij gaat zwemmen.”

Zo maak je een zin met de ‘going to’- vorm:

  • I am going to + het hele werkwoord
  • You are going to + het hele werkwoord
  • He/She/It is going to + het hele werkwoord
  • We are going to + het hele werkwoord
  • You are going to + het hele werkwoord
  • They are going to + het hele werkwoord

Voorbeelden:

  1. It is going to snow. = Het gaat sneeuwen.
  2. She is going to leave. = Zij gaat weg.
  3. They are going to dance. = Zij gaan dansen.

3. De ‘Future perfect’ (voltooid toekomstige tijd)

Het is natuurlijk ook mogelijk om over de toekomst te praten alsof het al plaatsgevonden heeft. Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen:

  • By the time Peter arrives, Laura will have showered. = Wanneer hij arriveert zal ik een douche genomen hebben.

Laura moet ergens naartoe. Op een eerder moment heeft ze daarover gesproken en het was duidelijk dat Laura al een douche zou hebben genomen wanneer Peter arriveert: “Als jij thuiskomt, Peter, dan heb ik al een douche genomen”. Je plaatst jezelf als het ware in de toekomst en kijkt terug op een gebeurtenis die (net) heeft plaatsgevonden.

In zinnen met de future perfect kom je vaak de constructie ‘by’ + een moment in de toekomst tegen, zoals:

  • by the time… = tegen de tijd (dat)..
  • by this time next week… = tegen deze tijd volgende week
  • by this time next year… = tegen deze tijd volgend jaar
  • etcetera

4. Hoe maak je de future perfect?

Will/Shall have + voltooid deelwoord

Extra voorbeelden:

  • By the time you arrive I will have left. = Tegen/Rond de tijd dat hij arriveert ben ik al weggegaan.
  • By this time next year I will have passed this test. = Tegen/Rond deze tijd volgend jaar zal ik de toets gehaald hebben.
  • By the end of next month I will have been here for six years. = Tegen/Rond het einde van de volgende maand zal ik hier al zes jaar zijn.

Oefeningen

Oefening 1 / Oefening 2


Terug naar overzicht!

7/6/2014, 8:11:14 PM

5 opmerkingen


https://www.duolingo.com/olaf71
  • 12
  • 8
  • 2

Lastige grammatica, maar wel goed uitgelegd! Bedankt :)

7/15/2014, 4:30:09 PM

https://www.duolingo.com/Lavinae
Mod
  • 25
  • 25
  • 20
  • 13
  • 12
  • 12
  • 11
  • 11
  • 9
  • 8
  • 7
  • 7
  • 7
  • 3
  • 2

Graag gedaan! :)

7/16/2014, 6:44:53 PM

https://www.duolingo.com/Dio2306

Wauw! Wat een lange uitleg zeg! Heb je vast lang over gedaan. Wat knap!

1/24/2015, 6:10:15 PM

https://www.duolingo.com/SijeWiersma.

Hiermee help je mij echt ,Lavinae.Ik hoop nog veel gebruik van je leren.

3/16/2016, 5:39:05 PM

https://www.duolingo.com/Deantje2

Wow! Hoelang heb je hier we niet over gedaan? En al die links! Echt geweldig!

10/15/2016, 5:35:49 PM
Leer Engels in slechts 5 minuten per dag. Gratis.